Welke methode om Aziatische duizendknoop te bestrijden werkt het beste voor uw situatie? In samenwerking met Natuur & Ruimte – Invasieve Exoten hebben we een serie video’s en een factsheet gemaakt over de bestrijding van Aziatische Duizendknopen. In deze video’s leggen we de methodes uit, wanneer je deze het beste toe kan passen en hoe lang je deze methode toe moet passen om effect te zien. De factsheet geeft een totaaloverzicht van deze methodes. 

Video’s Aziatische duizendknoopbestrijding

Onderstaande afspeellijst bevat de 8 gemaakt video’s over Aziatische duizendknoopbestrijding.

Acht methodes onder de loep

In totaal hebben we acht methodes onder de loep genomen:

Factsheet: Effectieve bestrijding van Aziatische duizendknopen

Aziatische duizendknopen zijn invasieve exoten waarvan de bestrijding een lange adem vraagt. Aziatische duizendknopen hebben een sterke concurrentiekracht in verhouding tot inheemse vegetatie. Bovendien zijn Aziatische duizendknopen in
staat om schade toe te brengen aan gebouwen, infrastructuur, dijken en leidingen. In deze factsheet leest u meer over bewezen effectieve methoden van de bestrijding van Aziatische duizendknopen.

Lees meer in onze Factsheet ‘Effectieve bestrijding Aziatische duizendknopen‘ (PDF, 2.2 MB)

Methodes combineren

Vaak is één methode niet toereikend en is het nodig om meerdere methodes te combineren. Het is afhankelijk van hoeveel duizendknoop er staat en hoe snel het bestreden moet worden welke methodes toegepast moeten worden. De bestrijding van Aziatische duizendknopen blijft altijd maatwerk.

Wilt u meer weten over duizendknoopbestrijding? Op www.ranox.nl/duizendknoopbestrijding vindt u alle informatie, de factsheets over duizendknoopbestrijding en de video’s!

Hulp nodig bij uw duizendknoop-uitdaging?

Kan u hulp gebruiken bij de bestrijding van Aziatische duizendknopen? We helpen u graag!

 

 

Langs de A7 bij Marum komen veel (kerk)uilen voor. Muizen zijn hier een gemakkelijke prooi omdat ze opschrikken van het verkeer. Ideaal voor de uilen om op de hectometerpaaltjes hun kans af te wachten. Het jagen op deze locatie loopt alleen niet altijd goed af voor de uilen. Wanneer ze opvliegen, zorgt de turbulentie op de snelweg er namelijk voor dat ze hun jachtpartij niet overleven. Om dit te voorkomen, heeft RANOX-partner Frisia Groep uilenpalen en ‘hectometerrolletjes’ geplaatst.

De rolletjes zitten vast op de hectometerpaaltjes. Het werkt zo: als de uil zijn pootjes klemt om het rolletje, draait deze zo rond dat de uil weer op moet stijgen. Iets verderop in de berm kan het dier plaatsnemen op een T-vormige uilenpaal van gerecycled kunststof. Deze is drie meter hoog en staat minimaal vijf meter van de berm af. Dit is een veilige plek: zo wordt de kans op gevaarlijke situaties veel kleiner en kunnen ze blijven jagen.

Eerdere projecten een succes voor de uil

In totaal plaatst Frisia Groep 140 uilenpalen en hectometerrolletjes: op drie trajecten van in totaal 13,4 kilometer. De komende vijf jaar wordt het project gemonitord. Op andere plekken in het land zijn deze maatregelen al eerder genomen: daar zijn het aantal ‘uilenslachtoffers’ afgenomen met gemiddeld 70 tot 80 procent. Een veelbelovend project!

Meer weten?

Bekijk de video (klik hier).

Hectometerrolletje. Foto Elwin Baas/RTV Noord

 

 

 

 

 

Uilenpaal. Foto Elwin Baas/RTV Noord

 

Werken in kwetsbaar natuurgebied vraagt om een zorgvuldige en specialistische aanpak. Daarom vroeg Staatsbosbeheer RANOX-partner HOEK om uitgezaaide dennen te verwijderen uit de Schoorlse Duinen. Zodat de duinen weer kunnen stuiven en inheemse soorten er weer volop de kans krijgen om te groeien. Het werk gebeurde onder meer met een kabelbaan.

Soortenrijkdom behouden

De duinen behoren tot de soortenrijkste gebieden in Nederland. De vegetatie, en daarvan afhankelijke soorten, staan door verzuring als gevolg van stikstofdepositie onder druk. Met het verwijderen van uitgezaaide dennen kan de onmisbare duindynamiek weer worden teruggebracht.

Oorspronkelijke plantensoorten zijn voor hun groei afhankelijk van verstuiving. Dennen en hun wortels houden zand vast. Hierdoor wordt de bovenlaag te zuur voor de bijzondere inheemse beplanting. Door de dennen, inclusief naalden, weg te halen, wordt verdere verzuring voorkomen.

Werkwijze in kwetsbaar gebied

Bij dit type werk is de kwetsbare ondergrond het uitgangspunt geweest voor het plan van aanpak:

RANOX werkt voor de natuur

Nieuwsgierig naar de duurzame aanpak in de Schoorlse Duinen? Bekijk de video, waarin te zien is hoe de dennen via een kabelbaan worden verplaatst.

Heeft u ook een project waarvan u wilt dat het wordt uitgevoerd met respect voor de natuur? Neem contact op met RANOX natuuraannemer.

Wie ben ik?

“Aangenaam: ik ben Marjolein van Essen. Sinds maart 2023 met een goede dosis enthousiasme aan het werk bij RANOX natuuraannemer als natuurtechnisch adviseur. Ik heb net de studie Bos- en Natuurbeheer afgerond aan Wageningen University & Research met de major ‘Beleid en maatschappij’ en de minor ‘Sustainable agriculture and consumption’. Dat betekent dat ik een brede schat aan kennis heb opgedaan, zowel over beleid als over ecologie. Deze kennis komt me goed van pas binnen het RANOX-netwerk.”

Waar zet ik me de komende periode voor in?

“De komende tijd wil ik alle partners verder leren kennen. Ik ga me volop inzetten om de kansen voor RANOX te benutten. Naast het geven van natuurtechnisch advies, zal ik activiteiten organiseren. Ook ga ik aan de slag voor de marketing en sociale media. Het RANOX-netwerk is een netwerk vol gedreven mensen bij wie ecologische kwaliteit vooropstaat. Ik kijk ernaar uit om bij te dragen aan het samen neerzetten van mooie projecten. Wat ik tot nu toe het leukst vind aan deze functie is de veelzijdigheid. De ene dag denk je mee met een partner en de volgende dag ben je weer druk bezig met organiseren.”

Waarvoor kunt u bij me terecht?

“Als eerste aanspreekpunt van RANOX kunt u bij mij terecht voor vragen over projecten met een ecologische achtergrond. Denk daarbij aan natuurontwikkeling en faunavoorzieningen. Ik zal daarin met u meedenken en u koppelen aan de juiste partner in ons netwerk. Ook voor meer praktische zaken kunt u bij mij terecht.”

Een mooi RANOX-project in Gelderland: onze partner Van de Haar Groep is volop bezig met het verwijderen van opslag in verschillende natuurgebieden. Door jonge boompjes te verwijderen blijven de heidegebieden open. 

Dit project is in opdracht van Geldersch Landschap & Kasteelen. Het gaat om zo’n 100 hectare heidegebied aan de noordkant van de Veluwe: De Haere, De Delle en Pollense Veen. Zonder beheer groeit de heide langzaam dicht. Er schieten namelijk steeds meer boompjes op, zoals berken en grove dennen. Deze verspreiden zich gemakkelijk. Van de Haar Groep trekt de jonge boompjes (jonger dan drie jaar) uit en zaagt oudere bomen laag bij de grond af zodat ze niet meer uitlopen. Op deze manier blijft de heide open.

Elektrisch gereedschap voor minder hinder

In deze kwetsbare Veluwse natuurgebieden kan je niet met zwaar materieel aan de slag. De meeste werkzaamheden gebeuren daarom met handgereedschap, zoals elektrische bosmaaiers. Dit zorgt voor minder geluidshinder voor dieren en recreanten. Met de inzet van elektrisch gereedschap is er ook geen uitstoot van uitlaatgassen.

Bewust werken in de winter

Van de Haar Groep voert alle werkzaamheden bewust uit in de wintermaanden. De meeste amfibieën en reptielen hebben nu namelijk een beschutte plek opgezocht, weg van waar de werkzaamheden plaatsvinden. Ook zijn er nu minder wandelaars, fietsers en andere recreanten.

Verder lezen?

Kijk op de website van Van de Haar Groep.

Een rommelhoekje, bosje of dicht struikgewas: vogels en kleine zoogdieren zijn er dol op. In ons keurige, aangeharkte landschap worden die plekjes alleen steeds zeldzamer. Precies daarom zijn takkenrillen een goed idee. En er pleit meer voor het aanleggen van deze bijzondere ‘haag’.

Een takkenril is eigenlijk een haag van dode, liggende takken, zo’n 1 meter breed, 1 meter hoog en (vele) meters lang. Een takkenril ziet er weinig ingenieus uit. Toch bieden ze heel veel meerwaarde voor de biodiversiteit. Zeker voor kleine zoogdieren zijn ze van belang, dieren die het in toenemende mate moeilijk hebben in ons land.

Rijkdom op de vierkante meter

Zo vinden egels een slaapplek in een takkenril. Kleine marterachtigen gebruiken de rillen om zich van a naar b te verplaatsen, amfibieën en reptielen overwinteren er. Ook vogels profiteren van de takkenrillen: soorten als heggenmus en roodborst broeden en schuilen er. Al dat dode hout maakt bovendien een waardevol aftakelingsproces door. Er groeien schimmels en paddenstoelen, en heel veel insecten vinden er een maaltje. Die insecten zijn weer voedsel voor de vogels en zoogdieren. Zo ontstaat op een paar vierkante meter een heel waardevol leefgebied.

Slim te combineren, veel winst voor natuur

De beste takkenril is niet te dicht: zo kunnen dieren zich er goed in verplaatsen. Takkenrillen doen het goed op een rustige plek aan de rand van bijvoorbeeld een perceel of tussen houtwallen: zo vormen ze een soort groene verbinding in open landschap.

Voor een takkenril kun je hakhout gebruiken maar ook snoeiafval volstaat. RANOX natuuraannemer heeft op verschillende projecten snoeiwerkzaamheden meteen gecombineerd met het aanleggen of bijwerken van een takkenril. Scheelt meteen transport van afvalhout, goed voor het milieu.

Benieuwd wat in uw situatie mogelijk is? Neem vrijblijvend contact op. RANOX natuuraannemer is specialist in natuurgerelateerde werkzaamheden. Onze aannemers werken altijd samen met een ecoloog.

 

Hoofdfoto: Een takkenril in Geldermalsen. Hier zorgt de takkenril voor een belangrijke ecologische verbinding in open landschap. Het verticale hout zorgt voor extra stevigheid.

 

 

Opbouw van een takkenril in Hilversum met dikke stammen als basis. Daartussen komt dunner snoeihout (zie foto hieronder). Dit zorgt voor een betere structuur met meer schuilmogelijkheden voor dieren.

 

RANOX-partner Van de Haar Groep legt in de omgeving van Wolfheze heide aan voor zandhagedissen. Eerst moet voedselrijke grond worden verwijderd. Ervaring met het precies afgraven van bodemlagen komt daarbij goed van pas.

Op de plek van een oude houtzagerij in Wolfheze zijn plannen voor een nieuwe woonwijk. Nu leven er zandhagedissen. Voor deze zandhagedissen moet eerst een nieuw geschikt gebied ter compensatie worden ingericht.

Dat gebied werd iets verderop gevonden: zo’n 1,3 hectare. Een perceel dat grenst aan de heide en het bos, en daarom veel potentie heeft. Behalve zandhagedissen zullen ook ringslangen en hazelwormen zich thuis voelen in het gebied.

Afgraven op het oog vraagt expertise

De inrichting van het gebied luistert nauw. Zandhagedissen zijn vooral aan heide gebonden. Om heidevegetatie te kunnen ontwikkelen is schrale grond nodig. Het perceel heeft echter een rijke toplaag. Die toplaag is soms 40 en soms 60 centimeter diep. Afgraven is maatwerk, waarbij uitvoerder en ecoloog op het oog zoeken naar de schrale laag. Uitvoerders van RANOX weten precies tot welke laag ze moeten afgraven: niet te veel en niet te weinig. Te weinig afgraven, en de grond is niet schraal genoeg. Te veel afgraven, en je verwijdert ook de nuttige zadenbank uit de bodem.

Kennis over de juiste vegetatie

Van de Haar is Heem-partner, en kan daardoor kennis over inheemse vegetaties optimaal inzetten. Heem kijkt altijd heel goed naar omstandigheden ter plaatse: de bodem, de omgeving. Heem stelde voor dit gebied een passend mengsel voor schrale droge heideterreinen samen, met onder meer struikhei en pijpenstrootje. Een inheemse vegetatie die goed kan groeien in dit gebied, bijdraagt aan de biodiversiteit en aansluit bij het omliggende bos- en heidelandschap.

Puntjes op de i

Om het nieuwe gebied helemaal af te maken legt Van de Haar ook nog broeihopen voor ringslangen  aan, net als stobbenwallen, stammen en bremstruwelen als beschutting voor dieren in het gebied. Ecologen zullen de zandhagedissen op het bouwterrein afvangen en overzetten voordat de bouw van start gaat.

Het ontwerp van het terrein is van Faunus Nature Creations.  Natuurinclusief doet de ecologische begeleiding.

Foto’s: Guy Ackermans

Met trots maken we bekend dat RANOX natuuraannemer voortaan officieel onderdeel is van Natuurpro. Tijdens de Natuurpro-dag op 11 oktober droeg voormalig eigenaar Johannes Regelink de RANOX-jas symbolisch over aan het nieuwe opperhoofd Gert-Jan Koopman.

Gert-Jan is al lang betrokken bij RANOX door de bestaande verbinding aan het netwerk Natuurpro. Onze RANOX natuuraannemers gaan daarom met een vertrouwd gezicht verder met ecologisch ontwerp, het aanbrengen van faunavoorzieningen, natuur-inclusief bouwen en de transitie van het landelijk gebied.

 

Wat verandert er?

RANOX was dus al Natuurpro-partner. Nu valt het bedrijf helemaal onder hetzelfde dak als Natuurpro en Heem. Zo kunnen we in onze projecten kansen voor de flora (Heem) en fauna (RANOX) nog beter koppelen. Onze RANOX-projecten worden ecologisch gezien zo steeds completer. We blijven ecologisch maatwerk leveren op o.a. bouwlocaties, bedrijventerreinen, in natuurgebieden en het landelijk gebied.

 

Wie is RANOX natuuraannemer?

RANOX is sterk als het aankomt op ontwerp en voorzieningen speciaal gericht op fauna. Daarnaast richt RANOX zich op aanleg van natuur in stedelijk en landelijk gebied, natuur-inclusief bouwen bestrijding van invasieve exoten, en de ontwikkeling van innovatieve concepten en producten.

RANOX is daarbij een spil tussen ecologie en aannemerij. RANOX werkt met vaste natuuraannemers. Als er nog geen ecoloog betrokken is organiseert RANOX zelf altijd begeleiding door ecologen in vaste dienst of uit het Natuurpro-netwerk. Zo is de ecologische kwaliteit van onze natuurprojecten geborgd. RANOX heeft partners door heel Nederland en kan daarom van Limburg tot Groningen projecten maken.

‘Saaie’ gazonnen? Die zie je steeds minder in de gemeente Amersfoort. Sinds 2020 zet de gemeente samen met RANOX natuuraannemer in op de omvorming naar vlinder- en bijenbermen. Voor de inzaaiing worden speciale Heem-mengels gebruikt, die geheel aansluiten bij elke locatie. 

Het project is gestart met inheemse, kruidenrijke vegetaties op acht plekken in de openbare ruimte: met één-, twee- en meerjarige planten. En elk jaar komen er meer gebieden bij.

Lees en bekijk het artikel

Benieuwd hoe de bermen er nu bij staan? Projectleider Bram van Schaffelaar (RANOX-partner Koninklijke Ginkel Groep) vertelt er alles over in de nieuwste digitale editie van het magazine Tuin & Landschap. Lees en bekijk meer!

 

Helpt beplanting buíten de kas samen met weerbare teeltsystemen daarbinnen plagen te bestrijden? Deze vraag staat centraal bij het project ‘Biodiversiteit in en om de kas’. De vier deelnemende glastuinbouwbedrijven uit het Zuid-Hollandse Oostland zijn enthousiast. RANOX Natuuraannemer verzorgde in het project de inrichting van proefvelden bij de glastuinders, met een speciaal Heem-mengsel. Nieuwe Oogst wijdde er een uitgebreid artikel aan.

Veel onderzoek naar weerbare teeltsystemen in de glastuinbouw is vooral gericht op biologische bestrijding ín de kas. Maar hoe zit het buíten de kas? Het gras tussen de kassen wordt nu meestal kort gehouden, vanuit de aanname dat dit de vermeerdering en invlieg van plagen beperkt. Alleen: veel plagen verspreiden zich ook met de wind over grote afstanden en komen dan alsnog in de kassen terecht.

Proefvelden volop in bloei

Om plagen biologisch te bestrijden kan biodiversiteit rondom kassen gunstig zijn door de vestiging van allerlei natuurlijke vijanden. Om dit te onderzoeken, zijn in het najaar van 2021 vier proefvelden bij glastuinders aangelegd. Initiatiefnemers voor het project zijn Glastuinbouw Nederland, Adviesbureau Innoplant en de businessunit Glastuinbouw van Wageningen University & Research (WUR).

Na bodemonderzoek is besloten om op alle locaties hetzelfde Heem-mengsel te gebruiken, onder meer met composieten en vlinderbloemigen. Dit nam RANOX natuuraannemer voor haar rekening. De velden staan nu volop in bloei en de eerste metingen laten al interessante resultaten zien.

Inheems mengsel passend bij de omgeving

Projectleider Bram van Schaffelaar vertelt: “De inheemse bloemen en planten uit het mengsel passen goed bij de omstandigheden en bodemgesteldheid in het Oostland. Ze kunnen zorgen voor een gevarieerde insectenpopulatie, die onderzoekers van de WUR in kaart brengen met verschillende vangtechnieken.” En wat betreft het beheer? “We proberen de natuur haar werk te laten doen en zo weinig mogelijk in te grijpen, zoals het water geven van de vegetaties in droge periodes.”

Lees het artikel in de Nieuwe Oogst

Benieuwd naar het gehele artikel? Lees het verhaal in Nieuwe Oogst.